Skip to content

De schaamte voorbij — Mijn kustvaartverleden

3 juni 2011

De Donata, met Henk Groen als kapitein-eigenaar

Woord vooraf: als rechtgeaard scheepskok van de grote (passagiers)vaart, nog wel op traditionele driemasters, is het verschrikkelijk moeilijk om toe te geven dat je ooit op de kustvaart hebt gevaren. Jarenlange groepstherapie — “Hallo, ik ben Jaap, ik was op de kustvaart” — “Welkom Jaap!” — was ervoor nodig alvorens ik uiteindelijk op 59-jarige leeftijd, na 45 jaar, dit artikel kon schrijven. Ik hoop dat je begrip hebt voor wat ik — en al die anderen van de kustvaart met mij — hebben moeten doorstaan, en hoeveel moed ervoor nodig is om uit de kast te komen.

De Donata. Mijn eerste schip, L.O.A. 32 m., 200 BRT, uitgerust met een 150-pk 3-cilinder Deutzmotor. Werd in 1932 als eerste coaster van de scheepswerf Gebr. Van Diepen te Waterhuizen gebouwd voor de heer P. de Wit te Groningen, onder de naam Cateli, voor de prijs van fl. 49.500,-. In 1950 werd het schip verkocht aan de heer C. Timmer te Groningen, die het de naam Dagny gaf. In 1953 werd het verkocht aan Henk Groen, die het schip Donata noemde en er als kapitein-eigenaar op ging varen. Wij voeren er met z’n vieren op: kapitein, stuurman, matroos-motordrijver en koksmaat-lichtmatroos. In 1970 werd het schip verkocht aan W. Havens te Gibraltar.

De Donata zou niet de laatste kustvaarder zijn die door Van Diepen werd gebouwd, want de werf werd zo’n beetje de vaste leverancier van rederij Spliethoff te Amsterdam. Voor Spliethoff gleden onder andere de volgende schepen van de helling: Keizersgracht, Admiralengracht, Looiersgracht, Heerengracht, Keizersgracht, Schoonebeek, Kraftca en Eerbeek.

Japie de zeeman — Foto uit mijn monsterboekje

Ik was vijftien jaar toen ik ging varen. Voor de foto in mijn monsterboekje kocht ik speciaal een zwarte duffelse zeemansjas (dubbele knopen), om niet uit de toon te vallen. Ik kon niks, alleen maar koken, dus meldde ik mij aan bij Wijnne & Barends in de Zwanestraat in Groningen, om als kok te gaan varen op de kustvaart.

Dat bleek nog niet zo eenvoudig te zijn. Ik kon wel mee, op de Donata, als “koksmaat-lichtmatroos”, dus daar tekende ik voor.

Ik dacht dat een “koksmaat” de assistent van de kok was, maar dat viel vies tegen. “Koksmaat-lichtmatroos” was slechts een term voor een manusje van alles, een voetveeg.  De Donata lag in Dordrecht suiker te laden voor Londen, dus ik nam de trein en een taxi vanaf het station. We konden het schip niet vinden, tot de taxichauffeur een kloot van de mast net boven de kade zag uitsteken. Daar lag ze, een potje van niks, en nadat ik mijn plunjezak op het achterdek had gemieterd kon ik onmiddellijk helpen de luiken dicht te gooien. Geen leuke taak als je last van hoogtevrees hebt, maar gelukkig was het schip geladen met suiker, dus het zou geen ramp zijn wanneer ik in het ruim flikkerde.

Ondanks kracht 7 voeren we uit en ik werd al zeeziek bij Maassluis. Eenmaal op de Noordzee zei de stuurman dat ik het roer mocht overnemen. “Ik, sturen? Jij bent toch de stuurman?” vroeg ik. Alweer een misvatting over de functiebenaming aan boord van kustvaarders. Koksmaten zijn geen assistent van de kok en stuurlieden sturen niet. Dat laten zij aan de matroos en de koksmaat-lichtmatroos over.

Om 12 uur ’s nachts zat mijn dienst erop (zes op, zes af) en mocht ik gaan pitten. Nee, ik had geen hut voor mezelf, die moest ik delen met de matroos, die mij de volgende ochtend om half zes wakker maakte opdat ik om zes uur mijn taak als “koksmaat” kon beginnen. Water koken voor de koffie, tafel dekken, netjes vier bordjes op vochtige theedoeken, om het glijden te voorkomen, en toen kwam kaptein Henk Groen het roefje binnen. Hij veegde zijn bord van tafel, pakte een limonadeglas uit de kast, schonk die vol met jonge jenever, en zei: “Japie, goed onthouden, dit is mijn ontbijt.” En na dat ene glas schonk hij zich een volgend vol.

Eenmaal in Londen aangekomen belde ik met Wijnne & Barends vanuit het zeemanshuis in Barking. (Ik had £5 van de kaptein gekregen om de wal op te gaan. Niet alles verbrassen hè?)

“Wat is het probleem?” vroeg Wijnne (het kan ook Barends zijn geweest).

“Ik wil een ander schip,” antwoordde ik.

“Ga nou met de Donata mee terug naar Holland, dan zorgen we ervoor dat er daar een ander schip voor je klaarligt,” zei Wijnne (of Barends). Ik kreeg de indruk dat ze vaker met dit bijltje hadden gehakt en dat ze niet verbaasd waren over de management skills en de alcoholconsumptie van kaptein Henk Groen.

“Ik prakkezeer er niet over,” zei ik dapper, waarna men ermee akkoord ging dat ik de volgende ferry vanuit Harwich nam op kosten van de rederij.

Aiglon1955c

MS Aiglon

De Aiglon was mijn volgende schip, als ik het mij goed herinner. Alle opvarenden, behalve ik, waren Zeeuwen, en als thuishaven stond op de kont “Terneuzen” vermeld. Het beheer was in handen van Beck’s Scheepvaartkantoor in Rotterdam. De Aiglon, ooit gebouwd als de Gironde, was een kleine shelterdecker, die voor de Parijsvaart was gebouwd en zijtanks had onder het gangboord.

MS Lauwers

Op 8 juni 1970 bevond ik mij op een kustertje met de naam Lauwers op de Atlantische Oceaan (positie 50°28’11”N – 08°46’00”W). De motor was uitgevallen en een vliedende storm stuwde ons naar de rotsige Scilly-eilanden, in de buurt van het beruchte Land’s End. Wanneer er geen hulp kwam, zouden we zeker op de rotsen te pletter slaan. Op onze eerste noodoproep van 10.14 uur werd gereageerd door de Britse zeesleper Diana, die echter na enige tijd in verband met het slechte weer terugkeerde naar Milford Haven. De onrust aan boord nam toe. Toen wij de Scilly’s op gevaarlijke afstand waren genaderd, kwam om 12.40 uur via de marifoon een reactie van de zeesleper Noordzee, die onderweg was van Schiedam naar Beaumont (Texas). De Noordzee heeft ons naar Milford Haven gesleept met een vaart van zo’n 16 mijl per uur. De Lauwers haalde op eigen kracht nog niet de helft, maar voor de Noordzee was het een slakkegangetje. In het Bristol Channel werd de taak van de Noordzee overgenomen door de havensleper Sheila. De storm was inmiddels gaan liggen en er hing een dichte mist.

MS Noordzee

De Noordzee vervolgde haar weg en sleepte en passant nog een tankertje naar Lissabon. Later trof ik regelmatig een schilderij van mijn redder in nood aan op reclameaffiches van de zware shag van Van Nelle, onder de kop `De wijde wereld van de weduwe’. Klein wereldje, die wijde wereld…

Ach, de Lauwers… Ik trof het niet.  Zowel de Munte, de  Wijmers en de Lauwers, (ik heb op alledrie als kok gevaren) waren schepen van Jan Bont, (achteraf gezien) een zeer slechte reder voor zijn bemanningen. Door achterstallig onderhoud en ontduiking van wetten en regels is Jan aan zijn scheepjes gekomen. Maar ik wist niet beter en ik dacht dat het normaal was. Jan Bont voer voor Carebeka in Groningen, en ik heb persoonlijk nooit iets met hem te maken gehad. Ik regelde mijn zaakjes met het kantoor van Carebeka op het Emmaplein in Groningen. (Carebeka betekent Cargadoors, Rederij, en Bevrachtings Kantoor.)

MS Wijmers

De Wijmers werd in 1973, lang nadat ik de kustvaart voor altijd vaarwel had gezegd, verkocht en werd herdoopt als “Vliestroom“. In 1975 werd ze “Viking“, in diverse variaties, en in 1994 werd ze in Italië gesloopt.

MS Munte

De Munte, eveneens van Jan Bont, was het schip waarop ik binnen een jaar de hele zuid- en oostkust van Engeland en de oostkust van Schotland heb ontdekt. Een fantastische tijd, want ik was een Rolling Stones fan en de wilde Engelse en Schotse meisjes waren gek op de Rolling Stones.

MS Munte

De kaptein van de Munte was zo gek als een deur. Hij heette Mandemaker en kwam uit Zwartewater. Zo gereformeerd als de neten dus. O zo degelijk en trouw aan moeder de vrouw, maar zo achterbaks als het maar kan. In Middlesborough (of all places) liet hij zich in de kroeg versieren door een travestiet, en wij (de rest van de bemanning) volgden hem naar de kaai waar de Munte lag. Hij ging met de travestiet aan boord en wij bleven achter een container wachten op wat er ging gebeuren. Na een kwartier rende de travestiet in z’n blote kont de kaai op, gevolgd door de kaptein, die trachtte zijn broek op te hijsen en het uiten van gruwelijke vloeken. Dat hadden ze in Zwartewater eens moeten horen…

Na een jaar werd Mandemaker door twee verplegers in witte jassen van boord gehaald omdat hij ze niet allemaal meer op een rijtje had. En toen vond ik het ook tijd worden voor een ander schip.

MS Eddystone

Hoe ze er ook uitzag: niks kwaads wil ik horen over de Eddystone. In 1954 kwam ze van de werf,  op 3 februari 1961 strandde ze tijdens slecht weer op de Glenan Islands, waar men haar met grote moeite weer vlot kreeg en repareerde in Harlingen. In 1972 werd ze naar Engeland verkocht, maar niet herdoopt. In 1980 werd ze naar Guernsey verkocht als Carrick. In 1988 werd ze gesloopt te Milton Creek.

MS Eddystone

De kapitein van de Eddystone was Stoffel Rusthoven, een man op leeftijd waarvoor ik door het vuur ging. Hij had een traumatische ervaring achter de rug. Hij was de eigenaar van de splinternieuwe coaster Capella, die in januari 1958, op haar eerste trip, op weg van Gdynia naar Londen met een lading suiker, tijdens een hevige storm met man en muis verging op 10 mijl ten noordoosten van Texel. Ten noordwesten van het lichtschip Texel had de Capella al noodseinen uitgezonden en een slagzij van 50 graden gemeld. Direct daarop werd het radiocontact verbroken, wat een reddingsactie bemoeilijkte. Een vliegtuig van de OSRD meldt de reddingboten Brandaris, Prins Hendrik van de KNZHRM en de sleepboot Holland dat slechts wrakhout op zee dreef. Door de Holland werden twee lijken aangetroffen, slechts half gekleed en met een reddingvest om.
Rusthoven deed zijn naam eer aan. Op zijn wacht kwam hij regelmatig even neuzen in de kombuis om te vragen of er wat te doen was, en ik kon hem geen groter plezier doen dan hem een pan met aardappelen (om te schillen) of spercieboontjes (om te doppen) geven, zodat hij wat te doen had in de stuurhut.

MS Maasborg

De Maasborg was de laatste coaster waarop ik heb gevaren.

Pas begin jaren ‘70 werden radar en ijsklasse gemeengoed. In de strenge winter van januari/februari 1963 raakte de coaster Maasborg in problemen. Zowel op de Oostzee als de Sont zat ze vast in het ijs. ‘We dachten niet dat het zo’n zware reis zou worden…’, zei toenmalig kapitein R.J. de Jager toen hij 12 februari 1963 na een reis naar Zweden en Finland weer in Delfzijl arriveerde. De in 1955 bij Scheepswerf Welgelegen, C. Amels & Zoon te Makkum gebouwde gladdekcoaster Maasborg had zich meermalen moeizaam door de enorme ijsmassa’s geworsteld. Op de heenreis had het schip vijf dagen praktisch vastgezeten in het ijs en op de terugreis werd de schroef door zware ijsschotsen in de Sont dermate beschadigd, dat daarna maar met een snelheid van zes mijl kon worden gevaren. ‘Normaal doen we over een reis naar Stockholm vier dagen. Nu hebben we er 10 dagen over gedaan.’

MS Maasborg in het Kielerkanaal

Op 12 januari 1963 vertrok de Maasborg (51,45 x 8,54 x 3,41 meter) uit Delfzijl met een lading verpakt zout. ‘We vertrokken op een woensdag en voeren eerst met de stroom mee. Ter hoogte van het vuurschip Elbe I bij Cuxhaven kregen we twee loodsen aan boord om ons door het Kielerkanaal naar Holtenau te varen’, zo begon kapitein de Jager te vertellen over deze reiservaringen. ‘Dat leek eerst moeilijk te gaan, maar we hadden het geluk dat we, juist toen de vloed opkwam, het kanaal konden opvaren. Pas na 18 uren bereikten we Holtenau. Al bij Fehmarnbelt werd de situatie kritieker. Ongeveer vijf dagen hebben we uren achtereen moeten manoeuvreren om van de ijsmassa’s los te komen. We hebben nog naar andere schepen omgezien, maar zelfs de grootste schepen hadden moeite erdoor te komen. ‘Soms zaten we muurvast. Nu eens ging het volle kracht vooruit, dan weer volle kracht achteruit. Uiteindelijk is het ons toch gelukt weer geheel vrij te komen. ‘We waren erg blij dat we daar uit waren, want het ijs kruide aan weerskanten van het schip omhoog. Hinder van het ijs ondervonden we tot aan de Zweedse kust bij Landsoort, waar de loods voor Stockholm aan boord kwam. Vandaar konden we aanvankelijk nog behoorlijk vaart maken, maar later moest er weer een ijsbreker (met motoren van 8000 pk) aan te pas komen om voor ons de weg vrij te maken.’

MS Maasborg

Nadat de Maasborg in Stockholm zout had gelost, vertrok zij naar Nadendal in Finland om hout te laden voor N.V. Houthandel v/h R.W. Roggenkamp & Co. in Delfzijl. De vaart van Zweden naar de Finse kust leverde geen moeilijkheden op. De gladdekker voer achter een ander schip aan naar buiten. Bij Utö kroop de Maasborg achter een tanker die op halve kracht voer en bereikte zo gemakkelijk de plaats van bestemming. Toen de Maasborg weer vertrok, was ook de tanker leeg en zodoende ging de Delfzijlster coaster op 8 februari 1963 weer in het kielzog van haar voorgangster naar huis. Ver kwam ze echter niet. Het weer was bar slecht. Er woei een sneeuwstorm met windkracht 9 uit het zuidoosten en bij het loodstation Lohm kon men niet verder. De loodsen gingen van boord. Hoe dik het ijs daar ter plaatse was, werd wel duidelijk toen kapitein De Jager vertelde dat de loodsen gewoon overboord stapten en over het ijs het vasteland bereikten. De volgende ochtend kwamen zij ook weer over het ijs aan boord. Het weer was toen wat beter. Het Kielerkanaal was voor de scheepvaart vanaf de oostkant afgesloten, zodat kapitein De Jager en zijn mannen met nieuwe tegenslag te kampen kregen.

MS Maasborg, met deklast lengtepakketten hout

De Maasborg moest nu via de Sont, het Kattegat en het Skagerrak naar de Noordzee en dat betekende een hele omweg. Tot bij de ingang van de Sont was het water open, maar daarna begonnen de moeilijkheden met het ijs opnieuw. Een Deense ijsbreker moest er aan te pas komen om hen in de ingang van de Sont te slepen. ‘In de Sont zelf hebben we vier keer assistentie gehad van Zweedse sleepboten die in de buurt waren. Veel schepen hadden trouwens met moeilijkheden te kampen. Er was geen doorkomen aan. Ook dáár merkten we dat er iets aan de schroef haperde. We konden daarom maar met een snelheid van zes mijl varen. Normaal varen we negen mijl.’ Wat er precies aan de schroef mankeerde wist De Jager niet. Mogelijk waren de bladen afgebroken of verzet. ‘In het Kattegat ging het weer beter en in het Skagerrak vonden we open water. Op de Noordzee was het weer prima’, aldus de gezagvoerder. Op de Eems werd de Maasborg door de Wagenborgsleepboot Waterman geassisteerd. Die had eerst het ijs gebroken in het Eemskanaal. De coaster kon zodoende zonder problemen haar ligplaats innemen. De bemanning van de Maasborg had enorme ijsschotsen gezien. Sommige waren metershoog op elkaar geschoven. Als het schip vastzat, in de Sont en ook in de Oostzee, konden de mensen gewoon van boord gaan en een eind van het schip verwijderd, staand op het ijs, foto’s maken. ‘We hadden er niet op gerekend dat het zo erg zou zijn. We waren blij dat we weer thuis waren’, verzuchtte de kapitein. Toen de lading hout was gelost, verhaalde het schip naar de werf om de schroefschade te laten herstellen.

Hoewel bovenstaand verhaal zich afspeelde drie jaar voordat ik aan boord kwam, schetst het haarfijn hoe het was om voor Wagenborg te varen. Met zout naar de Oostzee, waar het soms veertig graden onder nul was, met hout (lengtepakken als deklast) weer terug. Barre omstandigheden, bittere kou, kortom niets voor een Indische jongen als ik. Het werd tijd voor een echte job, als chefkok op een echt schip, een traditioneel zeilschip, op echte zeeën, zoals de Atlantische, de Stille en de Indische Oceaan.

Maar… ik heb mijn kustvaartverleden nimmer geheel verloochend. Toen ik ging bloggen op de website van de Volkskrant, noemde ik mijzelf Jaap van Nieveld Goudriaen, en de naam van mijn blog was Uw Scheepskok Jaap. Velen dachten dat Van Nieveld Goudriaen een adellijke naam was, maar het was gewoon een verbastering van de naam van de Rotterdamse scheepvaartmaatschappij Van Nievelt Goudriaan & Co. Elke Rotterdamse jongen weet (wist) dat, en ik heb er nooit een geheim van gemaakt. Inmiddels is de verbastering Van Nieveld Goudriaen een eigen leven gaan leiden, want wanneer je die naam in Google invoert, krijg je honderden artikelen en reacties van mijn hand te lezen.

Advertenties
6 reacties leave one →
  1. 4 januari 2012 13:08

    Beste Jack,

    Door het zoeken naar foto’s of info van de Eddystone kwam ik op ‘de schaamte voorbij’ een prachtig verhaal over jouw coaster verleden.
    Ik heb op de Eddystone gevaren van zomer 1963 tot zomer 1965 en toen zag het schip er wel even wat beter uit dan op de kleurenfoto van jouw verhaal.
    Kapitein was Luit Dekker uit Delfzijl later de eigenaar Edo Schothorst, stuurman was Harm Houwen die er nog jaren op heeft gevaren.
    Ook de andere genoemde coasters zijn mij zeer goed bekend.
    Ik ga mij nu verdiepen in ‘de taal van het water’ lijkt mij ook erg interessant. Keep up the good work!

    John de Vries
    johndevries01@home.nl

    • 4 januari 2012 15:24

      Hoi John,

      Ik heb nog met Schothorst als kaptein gevaren. Hij dopte voor mij de boontjes tijdens z’n wacht. 🙂

      Groetjes,

      Jaap

  2. 17 augustus 2013 11:36

    Hi john heb genoten van je reis verhalen , ook ik ben begonnen als kok lichtmatroos op een kustertje van 160brt met een 90pk mwm wij maakten 6zm p.uur Ja mooie verhalen he, het is het belangrijkste dat je ze nog kunt verhalen. Ook is het mij zo vergaan ik begon in September 1953 aan mijn eerste zee reis, in Rotterdam en eindig op 7 december 1962 nee niet lang maar toch mooi. Heb op de hier na volgende schepen gevaren.

    Kustv: CORMORAN KAPT: EIGEN: ? GLASHAVEN GbrVAN UDEN PAPENDRECHT vOMMEREN TANKERS, STATUE OF LIBERTY CITY CERVICE, CRADLE OF LIBETY, idem MERWEHAVEN Gebr: v UDEN: TAMO, MAARSCHAPIJ VRACHTVAART, DUIVENDRECHT vOMMEREN TANKERS, LIBERTY BELL CITY CERVICE, HOFLAAN , DAMMERS van derHEIDEN, WILLEM RUYSS RL WONOSOBO RL MUSI LLOYD RL
    MERWE LLOYD RL WOMORATO RL WELTEVREDEN RL DRENTHE RL SCHELDE LLOYD Niet lang maar wel moie tijd om nooit tevergeten. Van af 1962 terug op Rijn en Binnen vaart waar ik op geboren ben.

    P.P Weltevreden

  3. 5 oktober 2014 10:09

    Leuk om dit allemaal te lezen ben lange tijd op zoek geweest naar de Donata deze loste regelmatig hout bij houthandel Alblas in Waddinxveen.
    Een van de matrozen heette Geert en kwam volgens mij uit de Achterhoek ik heb hem destijds een brief geschreven dat ik ook wilde gaan varen, maar de Donata heeft daarna Waddinxveen niet meer aangedaan.
    Wel ben ik op mijn 15e gaan varen op de Wolanda uit Groningen.

  4. 1 april 2015 12:42

    wie o wie vaarde er op de ms twin 1n de jaren 1948 tot 1951 /// ??? laatme even weten……..

Trackbacks

  1. De Schaamte Voorbij — Mijn Kustvaartverleden | Jack Vanderwyk's Front Page

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: