Spring naar inhoud

Wandeling door het Groningen van mijn jeugd

13 januari 2012

Deze nostalgische wandeling begint in de Turftorenstraat, op nr. 1 om precies te zijn. Huize Maria heette het pand destijds, en het was eigendom van de Katholieke Kerk. (Later werd het omgedoopt tot Casa Maria.) Mijn moeder en haar man huurden het pand om er kamers te kunnen verhuren aan studenten. Dat was hun broodwinning.

Hoe meer kamers er konden worden verhuurd, hoe meer zij verdienden, dus ik moest het doen met een opklapbed in de keuken (derde raam van rechts). Als gevolg daarvan zocht ik mijn heil op straat. In de Kleine Kromme Elleboog werkten vier hoeren: twee in het huis van Amsterdammer Paultje Zwart, tegenover mijn keuken, één in het huis op de hoek van de “elleboog”, en één naast de kroeg die later de naam “Paard van Troje” kreeg, tegenover de achteringang van de Cherry Bar. (De vooringang bevond zich in de Oude Kijk In’t Jatstraat. )

Tegenover Huize Maria bevond zich Café de Wolthoorn, een etablissement dat ik als volwassene jarenlang frequenteerde, ook toen ik al lang niet meer in Groningen woonde. Ik heb warme herinneringen aan deze bijzondere kroeg met zijn bijzondere cliëntèle, en ik noem het nog steeds mijn “stamcafé”.

Links van De Wolthoorn bevindt zich Café de Keyser, maar in mijn jeugd was dit het magazijn van de firma Wortelboer. Achterin het magazijn was een rechtstreekse verbinding naar de winkel, in de Grote Kromme Elleboog (rechts van slijterij Van Erp), waar men voor woninginrichting terecht kon. Voor het magazijn stonden regelmatig vrachtwagens, om zware rollen tapijt uit te laden.

In de Grote Kromme Elleboog bevond zich De Salamander, een winkel waar je steunkousen, kapotjes per gros  en klisma’s kon kopen. “Sanitaire hulpmiddelen” werden die destijds genoemd.  Nu vinden we in dit perceel Café Mulder.

Tegenover Café Mulder was (is?) het restaurant Muller gevestigd, maar ik herinner mij nog dat dit het pand was waarin meneer Andrae fietsen repareerde. Voor een gulden plakte hij je band. In de zomervakanties had hij aan mij een grote concurrent, want dan plakte ik banden voor 50 cent. Meneer Andrae mocht mij niet, en ik had moeite met hem, want vanwege zijn geloof mocht hij op zondag niet werken, maar er stond wel een fietspomp voor de deur van de werkplaats en als je je band op wilde pompen moest je een stuiver in het blikje op de vensterbank deponeren. Hij mocht dus wél geld verdienen op zondag.

Distilleerderij Van Erp in de Grote Kromme Elleboog. Waarschijnlijk de oudste slijterij van Groningen. Het kan ook zijn dat Jos Beeres in de Oude Kijk In’t Jatstraat de oudste is.

Dit etablissement  in de Grote Kromme Elleboog heette in mijn jeugd de Flamingo Bar. De eigenaar was meneer Brinksma, de vader van mijn schoolvriendje Henkie Brinksma, die later zelf ook diverse horecabedrijven in Groningen had.

De weg naar school was niet lang. Vanuit de achterdeur in de Kleine Kromme Elleboog linksaf, dan weer linksaf de Oude Kijk In’t Jatstraat in, langs de lekkere geuren van bakker Hartsema, de Harmonie en de kunstwinkel van Ongering. Op de Kijk In’t Jatbrug vonden mijn vriendje Alfred Ypema en ik eens een biljet van 2,50, dat we naar de politie hebben gebracht. Nooit meer iets van gehoord, alhoewel ons was verzekerd dat het geld van ons was als het na een jaar niet was opgeëist.

Over de brug rechtsaf, dan direct weer linksaf. Mijn lagere school, op het Guyotplein. Naast de school was het doveninstituut gevestigd, en wij mochten de leerlingen van die school niet pesten. Jacob Molema werd door meester Van der Lijn de klas uitgestuurd toen hij bij het opdreunen van de bijbelboeken keihard “Kut” in plaats van “Ruth” zei. Jacob was het met deze sanctie niet eens, trok buiten een stoeptegel uit het trottoir en gooide die prompt door het raam van onze klas. Hij werd echter niet van school gestuurd. Enkele weken later vloog het huis van meester Van der Lijn op de Noorderbinnensingel in de fik en gingen Jacob en ik bij onze zwaar verbrande meester op bezoek in het ziekenhuis.

In het linker huis op de foto, aan de Noorderhaven, woonde Johanna Venema, het eerste meisje in de klas met schaamhaar. Daar zag je alleen iets van tijdens zwemles in het Noorderbad, wanneer Johanna de rugslag oefende. Maar oh, wat was ik verliefd op haar.

Van de Turftorenstraat naar de Turfsingel. Mijn moeder en haar man hadden genoeg geld verdiend om zelf een huis te kunnen kopen. De keuze viel op het pand van het bejaarde echtpaar Stienstra, Turfsingel 60. Ook dit pand werd in gereedheid gebracht voor kamerverhuur, en ik kreeg zowaar een eigen “kamer”, een aanbouwsel in de achtertuin dat voordien was gebruikt als gereedschapshok. Nu staan links van het pand huizen, maar destijds bevond zich daar de stroopfabriek van W.A. Scholten. Eindelijk woonde mijn moeder “op stand”: op een steenworp afstand van de Stadsschouwburg en het Gymnasium, en als gevolg daarvan moest ik naar pianoles bij juffrouw Korenbrander, in een dependance van de muziekschool onder de Gardepoort, zodat mijn moeder vanuit haar raam kon controleren of ik ook echt ging. Zelf ging ik liever op bezoek bij Kees van der Hoef, aan de Kruitgracht. Hij wist alles van rock & roll en het schrijven van opruiende lectuur, en dat leek mij ook wel wat.

Op mijn nostalgische wandeling kom ik Kees tegen in de Carolieweg. Hij is niets veranderd. Nog steeds even belangstellend en sociaal. Nog steeds even druk met van alles en nog wat dat met de geschiedenis van Groningen te maken heeft.

Bakker’s Culinaire vakschool in de Pelsterstraat. Hier leerde ik het vak van scheepskok. Tijdens de studie, die ik zelf moest betalen,  werkte ik in verschillende restaurants, meestal als kok, maar soms ook in de bediening.

In die tijd woonde ik al zelfstandig. Rechtsboven op de foto kun je nog net een raam van mijn voorkamer zien. Nieuwstad 17a was mijn adres, naast Café Klein Mokum, van Piet en Roelie Mulder. Midden in de rosse buurt van Groningen. Ik woonde er graag. Rechts van mij bevond zich de Talk of the Town, de nachtclub van Bob en Janine.

In dit pand, op de hoek van de Nieuwstad en de Folkingestraat, was Café Schut gevestigd. Maarten Schut en zijn vrouw Gré Ebbinge dreven dit florerende café, totdat Gré overleed aan kanker, waarna het bergafwaarts ging. Later werd het “Tony’s Tattoo Bar”, gedreven door Tony Hijzelendoorn.

Mijn eerste baan: buffetchef bij Maison Cassée, in het Koude Gat. Maison Cassée was een chique Tearoom, met gedempte klassieke muziek. Ik heb er niet lang gewerkt, want ik wilde iets meer doen dan thee schenken en  taart scheppen voor taarten.

Martini Hotel op het Zuiderdiep. Ik heb er als kok gewerkt toen het nog de WEEVA werd genoemd. WEEVA betekende Wonen En Eten Voor Allen, en was een socialistische voortzetting van de Groninger gaarkeukens. Toen ik er werkte was er al sprake van een reorganisatie die ertoe moest leiden dat het een “normaal” hotel-restaurant werd. Destijds was het meest populaire gerecht Wiener schnitzel en menig redacteur van het aangrenzende Nieuwsblad van het Noorden kwam er dagelijks lunchen.

Hoek Herestraat – Kleine Pelsterstraat. Je zou het niet zeggen, maar in mijn jeugd was hier het chique hotel Baulig, waar ik als kelner heb gewerkt. Ik heb er mensen bediend als Daniël Waayenberg en Eric Schneider. Hotel Willems, schuin tegenover Baulig, was een dependance van Baulig, en had alleen een ontbijtkeukentje, zodat je voor speciale wensen in je kelnerskloffie over straat moest met gerechten, om half zeven ’s ochtends. Achter Baulig bevond zich Hotel Friesland, waar we na het einde van onze avonddienst graag een drankje nuttigden in de bar.

Voorheen Chinees-Indisch restaurant Wenshow in de Gelkingestraat. Mijn werktijden bij Baulig waren onmogelijk, van 6 tot 2 en van 5 tot 12. Dus bracht ik de tijd tussen 2 en 5 uur ’s middags vaak door bij mijn vriend en collega Frits Vogel, ook een Indische jongen, die als kelner bij Wenshow werkte. Ik hield mijn kelnerskloffie altijd aan, voor die paar uur. Op een middag liep de zaak plotseling vol met studenten, en meneer Ma Hen Chang, de eigenaar, gaf mij het bevel om Frits te helpen in de bediening. Toen de kok het niet aan kon, hielp ik ook in de keuken. Als gevolg van mijn inzet bood meneer Ma mij een vaste baan aan, en werkte ik afwisselend in het restaurant en in de keuken, waar ik met name belast was met het bereiden van Indische gerechten.

Amsterdams Broodjeshuis, hoek Zuiderdiep-Tweede Drift. Na sluitingstijd van de kroegen ontmoette “tout Groningen” elkaar hier, voor de karbonades en de halve kippen. Alles was gepaneerd. Vier koks deden niets anders dan in moordend tempo karbonades en halve kippen bakken in de frituur, waarna ze behendig in de vakken van de automaat werden gedeponeerd. Van twee tot vijf uur ’s nachts stonden er in het weekend zeker honderd mensen voor de automaten van het Amsterdams broodjeshuis. Het was een goudmijn. De enkeling die na deze vette hap nog zin had in een drankje, wist dat hij vanaf zes uur ’s ochtends terecht kon in de kroeg van Albert Zuidema in de Mauritsstraat.

En toen werd het tijd om naar zee te gaan. Pas in 1984 keerde ik voor het eerst terug in Groningen.

Advertenties
12 reacties leave one →
  1. 13 januari 2012 17:02

    Prachtig ! Met foto’s er bij nog mooier zelfs…;o)

  2. 14 januari 2012 10:54

    Leuke serie om te zien. Ik heb er ook heel wat historie liggen. Goede herinneringen!

  3. 10 juni 2013 14:28

    Leuk om te lezen.
    Ma Hen Chang is mijn aangetrouwde opa en ik lees of hoor erg weinig nog over hem en nog minder van mensen die hem nog echt hebben meegemaakt. 🙂

  4. 31 januari 2014 8:53

    Wat leuk,Jack. Johanna zat bij mij in de klas jij ook trouwens.
    Ontzettend leuk hoe jij over Groningen schrijft. Groet van Joop Homan.

  5. 31 januari 2014 17:57

    Nogmaals Joop, vind het zo’n leuk verhaal. echt ontroerend, kan me veel van jouw verhaal herinneren. o.a. de hoeren en de Wolthoorn hoop dat je eens reageert. Op een foto op schoolbank staan wij naast elkaar op een foto van een schoolreisje op Schiphol/
    Nogmaals gegroet, Joop (Jopie) Homan

    • 31 januari 2014 18:22

      Hoi Joop, ik kan me jou (en de meeste anderen) niet meer herinneren. Ik heb maar kort op die school gezeten. Was jij er een van Homan het sigarenmagazijn?

      • 10 februari 2014 14:32

        Nee dat was ik niet ik woonde op het Boterdiep. gek, hoe verschillend geheugens zijn. Groet, Joop Homan

  6. 9 april 2016 23:16

    Wat leuk om te lezen! Was onder Andere op zoek naar wat meer informatie over het huis waar ik nu woon. Turfsingel 60! En martini hotel heb ik zelf ook gewerkt, recent. Daarnaast heb ik ook nog eens aan de Noorderhaven gewoond!
    Zeer interessant om wat meer geschiedenis te weten!

Trackbacks

  1. Wandeling door het Groningen van mijn jeugd (fotoreportage) | Jack Vanderwyk's Front Page

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: